Door: Lambert van Gils in Echo’s van zes dorpen 2014.1
Op Wikipedia 1)vindt iedereen die het weten wil het volgende: “Reijmerweg, verwijst naar Paul Johan Reijmer (1882-1952), burgemeester van Renkum en minister van Waterstaat.”
Klopt dit?

Geert Maassen mailde hierover het volgende: “Ik neem aan dat het gaat om Heinrich Gerhard Reijmer, steenfabrikant, wonende te Renkum. Hij was ook raadslid en wethouder der gemeente. Op 23 februari 1922 stierf hij….De op die website vermelde Paul Johan Reijmer was een zoon van deze man. Omdat Paul in Renkum het levenslicht zag, en later [ergens] burgemeester werd, hebben de mensen van die site hem meteen maar tot burgervader van onze gemeente gebombardeerd [ten onrechte dus]. Noot: ik kan mijn theorie over HG niet bikkelhard maken, want de archieven zijn verbrand.…”
Heeft Geert Maassen gelijk 2)?
De Reijmerweg had z’n naam al ver vóór de 2e wereldoorlog. In het
Gelders archief vind je bijvoorbeeld al volop families die op de Reijmerweg woonden in de beginjaren van 1920. Alleen al om die reden kun je stellen dat de Reijmerweg niet naar Paul Johan genoemd kan zijn.
Hij was 38 jaar in 1920 en woonde en werkte niet in Renkum. Hij was
advocaat en procureur te Amsterdam van 1909 tot 1910, advocaat en
procureur te Hilversum van 1910 tot april 1912 en kantonrechter/-plaatsvervanger te Hilversum van 1 mei 1912 tot 1 maart 1922. Mooi, maar niet voldoende reden om een straat naar te noemen in
Renkum.

Op een website van de 2e kamer 3)staat zijn staat van dienst weergegeven: daar staat niet aangegeven dat hij een functie in Renkum heeft gehad. Hij was lid van de RK Staatspartij. Op de naam Paul Johan Reijmer vind je erg veel op het internet. Let daar ook op de wisseling in de schrijfwijze van Reijmer naar Reymer. We hebben e.e.a. samengevat in ons blog “Opmerkelijke Renkumers uit het verleden” 4)
Wat op de 2e kamersite, naast de beschrijving van zijn verdiensten van vóór die tijd, vooral opvalt zijn de passages die zijn slechte reputatie tijdens de oorlog beschrijven. Nee, het is niet denkbaar dat de Reijmerweg naar hem is genoemd.
De verdiensten van vader Heinrich Reijmer?
Op het internet 5) vinden we dat Heinrich Gerhard Reijmer op 17-04-1874 is genaturaliseerd tot Nederlander, dat hij steenfabrikant was en geboren in Wardhausen, bij Kleef. Heinrich Gerhard was dus een genaturaliseerde Duitser. Hij was getrouwd met Arnolda Hermina van Wijck en woonde in Renkum. Daar is o.a. zoon Paul Johan geboren, hun 5e kind.
Volgens genealogische gegevens op het internet 6) was Heinrich Gerhard op 26 october 1835 geboren in Griethausen, tussen Kleef en de Rijn. Zijn vader was Paulus Reijmer en zijn moeder Helena Verwaaijen. In Heteren trouwde Heinrich op 8 september 1874 met Arnolda Hermina van Wijck, dochter van Richardus van Wijck en Jacoba Aleida Meijer. Van Wijck…dat klinkt bekend! Inderdaad: Heinrich was getrouwd met een telg uit het steenbakkersgeslacht van Wijck, aan de overkant van de Jufferswaard.
Richardus van Wijck pachtte zijn oven in 1846 van Jacoba Meijer, nicht van Vesterik, de eigenaar. Later trouwt hij haar en wordt de grondlegger van het steenbakkersgeslacht Van Wijck. Na diverse overnames tussen 1978 en 2003 is sindsdien de Wienerberger Steenfabriek Heteren van het gelijknamige Oostenrijkse concern.
De oven van Reijmer (1873-1896)
De steenoven van Reijmer zelf lag verder naar het westen, nog voorbij de steenoven De Ridder. Over de oven van Reijmer vinden we op het
internet het volgende: “Steenfabriek Reijmer – 1873-1896; aannemer Gerhard Heinrich Reijmer pacht de oven waarschijnlijk van eigenaar Van Leeuwen, werd “de Oven van Reijmer” genoemd en stond in de Randwijkse uiterwaarden in Heteren op de volgende coördinaten: 51° 57’42.67″N en 5° 43’8.56″O.7
”Dat is recht tegenover het huidige Aan den Rijn ten westen van de Reparco. Er is daar nu een natuurgebiedje en je vindt er bijna niets meer van de Oven van Reijmer. In het prachtige boek “Noar den Oove” van het Arend Datema Instituut, (uitg. 2006) vinden we nog veel meer over deze Reijmer op pp. 95-98: “De aannemer Gerhard Heinrich Reijmer was 37 jaar toen hij in augustus 1873 bij besluit van Gedeputeerde Staten toestemming kreeg om een steenfabriek op te richten in de Randwijkse uiterwaarden op perceelnummer A17… De oven en de werkplaatsen lagen binnen de zomerkade. Om de rivier
te kunnen bereiken, mocht door de aanwezige strang (oude rivierloop) een spoorweg of een gewone weg worden aangelegd of een kanaal gegraven, met aan beide zijden een kade. Hoewel het bedrijf in het Provinciale Verslag en in de rapportage van het Stoomwezen uitsluitend vermeld wordt onder de naam
‘Steenfabriek G. H. Reijmer’, berust het eigendom van het perceel A17 ‘De Mullerswaard’ (ruim 10 hectare) en de naastliggende ‘Schradewaard’ (ruim 17 hectare) bij Hendrik van Leeuwen, particulier uit Arnhem. Deze uiterwaarden maakten deel uit van de aan de Randwijkse Rijndijk gelegen boerderij de Notenboom, die op 8 juni 1870 door Van Leeuwen werd gekocht van de erven van Van Hogendorp. Zeer waarschijnlijk waren ook de opstallen (ovens en loodsen) eigendom van Van Leeuwen, omdat hij in het Successieregister als stichter van de oven wordt genoemd, en heeft Reijmer het steenovenbedrijf van hem gepacht en geëxploiteerd vanaf 1873 tot aan de sluiting in ongeveer 1896.
In 1876 bestaat het bedrijf uit twee veldovens, vier huizen en een bergplaats. Er zijn 50 mannen, 9 jongens en 3 meisjes werkzaam. Een derde veldoven wordt in 1881 toegevoegd. Men beschikt dan over 36 vuurmonden, twee steenpersen en twee handvormtafels. De persen worden door paardenkracht aangedreven. De 32 volwassenen en 16 kinderen vervaardigen twee miljoen stenen in handvorm en 280 duizend stenen machinaal.
In 1882 wordt een verticale stoomketel en een stoommachine van 6 PK aangeschaft. Een ambtenaar van het Stoomwezen stelt de ketel op 24 maart van dat jaar in bedrijf. Ook De Haas krijgt op die dag ‘stoom’. De ambtenaren hadden het druk! Wordt in 1886 nog stoomkracht en paardenkracht gebruikt, in 1891 is het bedrijf volledig op stoomkracht overgeschakeld. Er werken dan 73 volwassenen en 17 kinderen en daarmee is het het grootste bedrijf in de regio Heteren en Randwijk.
In 1890 gaat het bezit over naar Hendrikus Albertus van Leeuwen, grondeigenaar te Velp. Zijn echtgenote erft in 1886 de aan de westzijde gelegen Schaarwaarden: 31 ha weiland ofwel tichelgrond. Daarmee is ook de kleivoorziening veilig gesteld.
Na de beeindiging van de “Oven van Reijmer”
In begin 1896 worden geen stenen meer geproduceerd. ‘Het bedrijf is gesloten en er is niemand aanwezig’, schrijft de controlerende ambtenaar van het Stoomwezen. ‘Het bedrijf zal vermoedelijk verkocht worden’, zo vermeldt hij in augustus daaropvolgend in zijn rapport.
In 1898 worden de drie steenovens en verdere opstallen gesloopt en de ‘lege’ perceeltjes samengevoegd tot een groot perceel weiland van ongeveer 8 hectare. In hetzelfde jaar verkoopt Reijmer de twee percelen die hij in bezit had en die de doorgang vormden tussen de fabriek en de rivier, aan H.A. van Leeuwen. En daarmee is Reijmer voorgoed uit het ‘Randwijkse’ vertrokken.
Het is niet verwonderlijk dat Reijmer zijn activiteiten in Randwijk heeft gestaakt, want al vóór 1896 wordt hij belast met de bedrijfsleiding van de twee steenfabrieken op de Kloosterkamp en in de uiterwaarden van het dorp Renkum.
Als zijn schoonvader R. van Wijck in 1896 overlijdt, krijgt hij die bedrijven toebedeeld. G.H.Reijmer overlijdt in 1922 en ligt begraven in het familiegraf van de Van Wijcks op het RK kerkhof te Heteren. De naam Reijmer is in Heteren en Randwijk vergeten, maar in Renkum leeft zijn naam voort in de Reijmerweg.
Een woerd tegen de zomerdijk is het restant van de plaats waar Reijmer ongeveer 22 jaar stenen heeft gebakken. Wie het uiterwaardenpad tegenover de boerderij de Notenboom inslaat (na toestemming te hebben gevraagd!), komt er vanzelf. De glooiing van de woerd bestaat hoofdzakelijk uit oude baksteenresten.”
Dat hij een succesvol ondernemer was in Randwijk en in Renkum is
hiermee wel duidelijk gemaakt, maar is dit voldoende reden om een straat naar Heinrich Reijmer te vernoemen in Renkum?
“ Noar den Oove” gaat verder: “Wie zou denken dat de steenfabrikanten uit Heteren en Randwijk in de gemeente woonden waar hun bedrijf was gevestigd, vergist zich. Alleen Richardus van Wijck woonde op het oventerrein in Huize Steenoord. De andere steenfabrikanten vonden een mooie woonlocatie aan de westzijde van het dorp Renkum. G.H. Reijmer woonde in de villa Redichem, aan
het begin van de Bokkedijk, naast het voormalige hotel restaurant Campman. Op een ‘steenworp afstand’ liet de steenfabrikant Geurt de Haas in 1872 aan de Utrechtseweg (nu Dorpsstraat) het huis ‘Simple Villa’ bouwen, naast ‘De Blauwe Spar’. Het gedeelte van de Dorpsstraat tussen ‘Onder de Bomen’ en de Nieuweweg was indertijd een prachtige locatie, met uitzicht over de uiterwaarden, de Rijn en de bedrijvigheid in Heteren en Randwijk.
Collega fabrikanten A.J.van Wijck en M.Mijnlieff waren op dezelfde gedachte gekomen. Mijnlieff ging in villa Bouvardia wonen, naast Geurt de Haas en A.J. van Wijck bewoonde de villa Weltevreden (Dorpsstraat 163).
Grenzend aan hun achtertuinen was de villa Nuova, in 1896 herbouwd als villa Veldheim, van de papierfabrikant Bernard Beuker senior gesitueerd. De belangrijkste werkgevers uit Heteren, Randwijk en Renkum woonden aan het einde van de negentiende eeuw vlak bij elkaar! Deze werkgevers namen ook personeel van elkaar aan. De steenfabriekarbeider ging ook wel werken op de papierfabriek en omgekeerd. De Renkumse veerpont vormde de ‘levensader’ in het
verkeer tussen de bedrijven. Overigens woonde aan de Nieuweweg de steenfabrikant S.M. van Wijck die evenals zijn echtgenote zeer actief was in de katholieke gemeenschap van Renkum.”
G.H. Reijmer woonde dus al die tijd in Renkum, was aannemer en volgens Geert Maassen is hij ook raadslid en wethouder der gemeente Renkum geweest, wanneer precies is niet meer of zeer moeilijk te achterhalen vanwege het verbrande Renkums archief.
Heinrich is in 1922 gestorven. De vermoedelijke datering van de
straatnaam komt overeen met het einde van Heinrich Reijmer’s leven. Het is wel duidelijk dat hij temidden van de “Renkumse sprei” woonde en werkte, als ondernemer. “Van aanzien” is hij zeker geweest. We weten wel niet nauwkeurig wat voor ‘weldaden’ hij precies voor Renkum heeft verricht, zodat deze straat naar hem genoemd is, maar hij had zeker voldoende macht en invloedrijke contacten. We kunnen concluderen dat wij hiermee voldoende argumenten hebben toegevoegd zoniet bewijzen dan toch zeer aannemelijk maken dat Geert Maassen gelijk heeft.
Voetnoten:
1)http://nl.wikipedia.org/wiki/Gebruiker:Croonstad/Lijst_van_straten_in_Renku
m
2)Geert Maassen zegt zelf onvoldoende bewijs te hebben. De Renkumse gemeentearchieven zijn verbrand!
3) http://www.parlement.com/id/vg09ll5rmayp/p_j_paul_reymer
4) http://opmerkelijkerenkumers.blogspot.nl/2014/02/paul-johan-reijmer.html
5) http://www.genealogieonline.nl/stamboom-driessen/I54611.php
6) http://henny-savenije.com/tng/familygroup.php familyID=F178207&tree=savenije
7) http://www.encyclopedie-grofkeramiek.nl/grofkeramiek/show/442

Geef een reactie